Begrippenlijst: legacy systemen
De termen die langskomen zodra een systeem twintig jaar meegaat: de AS/400 onder zijn drie namen, DB/400, het groene scherm en de bestandsformaten die eronder liggen. Hieronder staat per begrip wat het is en waarom het ertoe doet, zonder aannames over voorkennis.
Het IBM-platform
- AS/400, iSeries, IBM i
- Drie namen voor hetzelfde systeem. IBM bracht de AS/400 in 1988 uit, hernoemde de lijn rond 2000 naar iSeries en later naar System i; sinds 2008 heet het besturingssysteem IBM i.
- DB/400
- De database die in het systeem is ingebouwd, tegenwoordig DB2 for i. Een gewone relationele database: met de juiste driver leest een rapportagetool er rechtstreeks uit.
- 5250-terminal
- Het groene scherm. Oorspronkelijk een fysiek apparaat, tegenwoordig vrijwel altijd een emulator op een pc. De schermopmaak zit in de programmatuur zelf.
- RPG
- De taal waarin de meeste AS/400-toepassingen zijn geschreven. Wij ontwikkelen daar niet in; onze rol zit aan de buitenkant: beheren, ontsluiten, koppelen en migreren.
Oude bestandsformaten
- Clipper
- Een ontwikkelomgeving uit het DOS-tijdperk, met eigen index- en memobestanden (.ntx, .dbt) rond dBase-tabellen.
- Paradox
- Een databaseformaat met losse tabel-, index- en memobestanden. Een beschadigde index is vaak te herbouwen zolang de tabel zelf leesbaar is.
- BDE (Borland Database Engine)
- De databaselaag onder oudere Delphi-applicaties. Al lang niet meer onderhouden; wij lezen zulke tabellen liever rechtstreeks.
- Codepagina
- De tekenset waarin een oud bestand is opgeslagen, meestal een DOS-variant. Zonder omzetting worden accenten en leestekens onleesbaar.
Komt u een term tegen die hier niet staat? Stuur hem gerust op. Vaak zegt de naam van een bestandsformaat al genoeg om te bepalen of de gegevens nog te lezen zijn.
Meer hierover →