API, bestandsuitwisseling of rechtstreeks op de database?
Een API is de eerste keuze als het pakket er een heeft: de leverancier houdt hem in stand. Bestandsuitwisseling is de nuchtere terugvaloptie en verrassend robuust. Rechtstreeks op de database is een laatste redmiddel — het werkt vandaag en breekt bij de eerstvolgende update.
De drie manieren
- API (REST of SOAP)
- De leverancier bepaalt wat mag en garandeert de vorm; wijzigingen worden meestal aangekondigd. Vraagt wel om foutafhandeling en aandacht voor limieten.
- Bestandsuitwisseling
- Op vaste tijden een bestand klaarzetten en ophalen via SFTP. Simpel, goed te controleren en makkelijk opnieuw te draaien als er iets misgaat.
- Rechtstreeks op de database
- Alleen als er niets anders is, bij voorkeur alleen lezend en altijd in overleg met de leverancier. Een update aan hun kant kan de koppeling breken.
Waar u op let
- Wie is eigenaar van het gegeven?
- Bepaal per gegeven welk systeem leidend is. Twee systemen die allebei mogen wijzigen, is vragen om verschillen.
- Hoe vaak moet het?
- Realtime is zelden nodig. Elke tien minuten of eens per nacht is vaak genoeg en veel eenvoudiger te beheren.
- Wat gebeurt er bij een storing?
- Een verwerking moet opnieuw gedraaid kunnen worden zonder dubbele boekingen.
- Wat staat de leverancier toe?
- Sommige contracten verbieden rechtstreekse toegang tot de database. Dat uitzoeken kost een telefoontje en voorkomt gedoe.
In de praktijk kiezen wij per gegevensstroom. Facturen via de API en bankafschriften via een bestand: dat is geen inconsistentie maar de juiste keuze per geval.
Meer hierover →