Begrippenlijst: koppelingen
In gesprekken over koppelingen vliegen de afkortingen over tafel: API, REST, SOAP, SFTP, EDI, MT940. Ze beschrijven allemaal hetzelfde probleem — hoe twee systemen gegevens uitwisselen — maar op verschillende manieren, met verschillende gevolgen voor het beheer erna.
Manieren om te koppelen
- API
- Een afgesproken ingang die een pakket biedt om gegevens op te halen of weg te schrijven. De leverancier bepaalt wat mag en houdt hem in stand.
- REST en JSON
- De meest voorkomende moderne vorm: opvragen via een webadres, antwoord in JSON — een compact tekstformaat dat mensen en machines allebei kunnen lezen.
- SOAP en XML
- De oudere, formelere variant met een strak vastgelegd berichtformaat. Nog volop in gebruik bij zakelijke systemen en bij de overheid.
- SFTP
- Bestandsuitwisseling over een beveiligde verbinding, bij voorkeur met sleutels in plaats van wachtwoorden. De nuchtere terugvaloptie als er geen API is.
Formaten en werkwijzen
- MT940
- Het standaardbestand waarmee banken afschriften aanleveren. Automatisch inlezen betekent afletteren zonder handwerk.
- CAMT.053
- De XML-opvolger van MT940. Banken leveren beide nog; welke u krijgt, hangt af van uw bank en uw pakket.
- EDI
- Berichtenverkeer tussen organisaties volgens vaste afspraken, veel gebruikt in handel en logistiek.
- Batch en realtime
- Op vaste tijden verwerken tegenover meteen doorgeven. Realtime klinkt beter, maar is zelden nodig en altijd bewerkelijker in beheer.
De afkorting zegt uiteindelijk minder dan de vraag eronder: wie is eigenaar van het gegeven, hoe vaak moet het over, en wat gebeurt er als het een keer misgaat?
Meer hierover →