Begrippenlijst: databases
Rond databases hangt jargon dat de kern vaak verhult: driver, index, transactie, replicatie. Hieronder wat de termen betekenen in de context waarin wij ze gebruiken — ontwerp, migratie en rapportage — en waarom ze uitmaken zodra gegevens van het ene platform naar het andere moeten.
Basisbegrippen
- Driver (ODBC, JDBC)
- Het tussenstuk waarmee een programma met een specifieke database praat. Zonder de juiste driver kan een rapportagetool niets, hoe open de database ook is.
- Index
- Een zoekhulp naast de tabel. Maakt opvragen snel, kost ruimte en vertraagt het wegschrijven. Een beschadigde index is meestal opnieuw op te bouwen.
- Transactie
- Een reeks handelingen die alleen samen mag slagen of mislukken. Dit is wat voorkomt dat een factuur half wordt geboekt.
- Schema
- De indeling van de database: welke tabellen, welke velden, welke relaties. Bij een migratie is dit het eerste wat moet kloppen.
Bij migratie en rapportage
- Datatype
- Het soort waarde in een veld: tekst, geheel getal, bedrag, datum. De meeste migratiefouten ontstaan precies hier.
- Collation en tekenset
- De afspraken over sortering en tekens. Verschillen hierin verklaren waarom namen met accenten na een migratie op de verkeerde plek staan.
- Replicatie
- Gegevens automatisch gelijk houden tussen twee databases. Handig voor rapportage, maar geen vervanging van een back-up: een fout wordt netjes meegekopieerd.
- Datawarehouse
- Een aparte database waarin gegevens uit meerdere systemen samenkomen, ingericht om te bevragen in plaats van om te bewerken.
De meeste discussies over databases gaan uiteindelijk niet over techniek maar over definities: wat telt als klant, wanneer is een order af. Die vraag komt altijd terug.
Meer hierover →